Daden weerspiegelen het innerlijk
Geplaatst op Maandag, 20 Februari 2012 om 22:05pm - Email » | Print » | 9 Reacties | Reageer!
“En het gebeurde na het einde der dagen Kajin bracht een mincha (offer) aan/voor de Eeuwige van de vrucht van de grond. En Hevel bracht, ook hij, van de eerstelingen van zijn kudde en van de meest uitgelezene, … (Genesis 4:3,4a)
Recent kwam ik nog een interessante berekening tegen over die ‘einde der dagen’. Het Hebreeuwse woord ‘kets’ (einde) heeft de getalswaarde van 190. Er zijn er die dus uitgaan van 190 dagen na de schepping van de wereld. Omdat er een meningsverschil is of de wereld geschapen is in Nissan (de Pesachmaand) of Tisjrie (maand van nieuwjaar en grote verzoendag) komt men respectievelijk uit op grote verzoendag (10 Tisjrie) of 10 Nissan (de dag dat een lam in huis wordt gehaald 4 dagen voor Pesach).
Kajin bracht van de vrucht van de grond, Hevel van de eerstelingen … en van de meest uitgelezene. Een duidelijk verschil. Rabbijn Ibn Ezra en Radak maken uit de algemene beschrijving op dat het bij Kajin om de resten ging van na de oogst in tegenstelling tot Hevel’s specifieke keuze, namelijk iets waar hij geen voordeel van gehad had voordien. (Er staat niet de ‘eerstelingen’ van de vrucht)
Ze brachten een mincha, maar het is dus niet duidelijk wat ze precies brachten.
De midrash Tanchoema noemt vlaszaad door Kajin en wol door Hevel. De wol is dan van de eerstelingen van de kudde. Vanuit deze uitleg wordt de verbinding gemaakt met het verbod op kleding van zowel wol als linnen. (zie Deuteronomium 22:11) Het is niet goed om een handeling van een zondaar en een rechtvaardige met elkaar te mengen. (Dit is geen bewijs, noch basis, maar een mogelijke uitleg van een gebod waarvoor G’d ons niet Zijn reden gegeven heeft.)
Overigens een dierenoffer kon het niet zijn, want dieren mochten nog niet gedood worden. Tenminste als je de Thora leest in chronologische volgorde.
Maar … dat is niet noodzakelijk. Waarom zou je persé chronologisch/historisch moeten lezen ? Ten eerste is de hele Thora op Sinai gegeven1. Ten tweede is Thora G’ds gedachten, en G’d is boven de tijd verheven. Ten derde is Thora een eenheid en G’ds gedachte is niet ineens anders op twee momenten.
Daarom kan midrash Genesis Rabbah 22:5 een andere invalshoek kiezen. Gaat het hier om een brandoffer of ook om een vredeoffer ? Rabbi Eliezer en rabbi Josi ben (zoon van) rabbi Chanina verschillen hierover van mening. Een van de knelpunten is de vertaling van mechelvehen(chelev=vet)
“En van de meest uitgelezene” kan ook vertaald worden als ‘van het vet van hun’ (dan zou vet verbrand worden en vlees gegeten en dus een vredeoffer)
Uiteindelijk na diverse teksten geanalyseerd te hebben, lijkt rabbi Josi ben rabbi Chanina gelijk te krijgen. Niet-Joden mogen slechts brandoffers brengen en (althans op basis van deze midrash) geen vredeoffers en heb ik daarom ook gekozen voor ‘en van de meest uitgelezene’ (Of niet-Joden toch vredeoffers zouden mogen brengen is nog in onderzoek momenteel).
Tevens zijn er zowel verklaringen die ervan uitgaan dat er een altaar was, maar anderen die dat beslist tegenspreken.
Targum Jonathan op Genesis 8:20 beschrijft dat Kajin en Hevel hun mincha brachten op het altaar dat Adam reeds gebouwd had in Jeruzalem op de berg Moriah. Dit wordt in Genesis Rabbah 34:9 (legt Genesis 8:20 uit) herhaald met een verwijzing naar Psalm 69:32. Dat psalmvers wordt in de Talmoed (bAvodah Zara 8a) betrokken op het offer van Adam. Dus Noach (Genesis 8:20) en ook Avraham en Jitschak (Genesis 22) en Ja’acov (Genesis 28) gingen naar die plaats, de berg Moriah, die David herkende als de plek waar de Tempel gebouwd moest worden. Deze plek is vanaf de schepping de heiligste plek op aarde, vlak bij de steen die het fundament vormt van waaruit G’d de aarde schiep. Was de heiligheid van de berg Sinai tijdelijk, de berg Moriah is voor altijd heilig. Ook zal daar de derde Tempel ooit gebouwd worden.
Joseph Kimchi wijst duidelijk een altaar af en zijn zoon, de al eerder genoemde Radak, dat Hevel de dieren slechts levend vastbond. Meer niet.
Wat betekent “(en Hevel bracht), ook hij” ?
Dat lijkt volstrekt overbodig. Wat voegt dat toe aan informatie ? Kunnen we hier iets uit leren ? De Thora zegt niets overbodigs, dus zijn we uitgedaagd om uit deze ogenschijnlijk overbodige woorden ‘ook hij’ iets te leren.
In Leviticus 1:2 komt op eenzelfde wijze, ook in de context van ‘offers’ een ogenschijnlijk overbodig woord voor. “Als iemand van jullie de Eeuwige een ‘offer’ uit de veestapel wil aanbieden…..”; ‘mikem’ (van u/jullie) lijkt hier overbodig en zou zonder probleem weggelaten kunnen worden.
Een uitleg van de Kli Yekar is dat de persoon die wil offeren eerst zichzelf als het ware moet brengen als ‘offer’, dat is ‘zijn kwade neiging slachten en zich ontdoen van zijn slechte eigenschappen en daden’. Het ‘offer’ moet de weerspiegeling zijn van het innerlijke proces dat eraan vooraf is gegaan. Anders is het geen ‘offer aan G’d’maar ‘jouw offer’. Sforno zegt: ‘offert zichzelf’ door schuldbelijdenis en onderwerping (zijn wil aan G’ds wil) met verwijzing naar Hosea 14:3 en Psalm 51:19. Vandaar dat onze wijzen in de Talmoed (bChoelin 8a) zeggen bij Lev. 1:2 : ‘van jullie’ en niet ‘jullie allen’: de afvalligen zijn uitgesloten. En zoals het ‘van jullie’ in Leviticus overbodig lijkt, maar men eruit leren kan dat men eerst zichzelf moet ‘opofferen’, zo ook in Genesis 4:4a betekent ‘ook hij’ dat Hevel als het ware zichzelf bracht.
Rabbi Moshe Alshich vertaald dus onze tekst: “Hevel bracht ook hemzelf” en zegt dat Hevel niet genegen was om slechts zijn materiële producten te brengen, maar dat hij naast zijn dieren, alles wilde toevoegen.
Nu is het zo dat zelfs niet-Joodse ‘afgodendienaars’ een brandoffer mochten aanbieden tijdens de Tempelperioden, doch een Joods iemand die openlijk de Sjabbat overtrad of afvallige (b.v. christen was geworden) dat niet mocht. Dat komt omdat Joden al dicht bij G’d zijn en de grootheid van Thora., terwijl een niet-Jood nooit dicht bij G’d is geweest. Daarom is een niet-Jood die iets aanbiedt aan G’d iemand die dichter bij G’d wil komen, maar een Jood die zich uit vrije wil verwijdert van G’d en zich niet eerst verandert – zijn zonden belijdt en terugkeert naar het volk en Thora – niet voor G’d acceptabel is.
Als laatste keer ik terug naar een opmerking in mijn vorige studie, namelijk dat ik Hevel om zijn naäpen van Kajin negatief benaderde. Maar Rabbijn Hirsch gaf me een interessante verklaring. Kajin is de eerstgeborene en die hoort het voorbeeld te geven. Op hem rust de eerste verantwoording. Uit respect voor zijn broer wachtte Hevel met het brengen van zijn mincha. Pas toen Kajin uiteindelijk het initiatief nam, kon Hevel daar ook toe overgaan. Blijkbaar is Kajin, die zijn hele leven niet spiritueel was, uiteindelijk niet meer in staat om helder te zien waar het nu echt om ging. Terwijl voor Hevel, die ook wist dat het G’d helemaal niet om de ‘offers’ ging, het mooiste en beste vanzelfsprekend vond.
Echter volgens Radak is de volgorde niet absoluut en is Hevel mogelijk toch eerder dan Kajin. Zou in dat geval Kajin zich dan gedwongen gevoeld hebben om ook maar wat te brengen ?
Hoe dan ook, hoe we beide broers moeten beoordelen, valt nog te bezien. Maar dat voor later.
Gezien de lange tekst dit keer geen vragen van mijn kant, mede omdat ik hopelijk veel vragen heb opgeroepen bij de serieuze lezers. De bal ligt dit keer aan jullie kant.
Mattitjahu
1 Of op Sinai een begin en daarna tijdens de woestijneis telkens als Mozes met G’d sprak bijgwerkt tot de intocht in het land Israel onder Jozua. Of Mozes of Jozua heeft de laatste hoofdstukken van Thora geschreven.
Meer artikelen uit deze categorie
9 reacties op “Daden weerspiegelen het innerlijk” - Reageer ook!
Geef een reactie
-
VORIG ARTIKEL
← Isreality.nl weer online met nieuwe website [UPDATED: BUG in WordPress artikel categoriën] -
VOLGEND ARTIKEL
Raketschild bij Tel Aviv →
Mooi dat dhr. Kranendonk schrijft dat de Torah G’ds gedachten zijn en dat de Thora een eenheid en G’ds gedachte is.
Als wij dat verstáán, dan lezen we Joh. 1 heel anders.
In den beginnen was de Torah, en de Torah was bij God en de Tora was één met) God.
Daardoor werd alles geschapen. Ook Jeshua. Die is de belichaming van de Torah (‘vleesgeworden woord’), omdat hij de Torah perfect hield (niet zondigde).
Zouden wij dan geen Torah hoeven houden?
Lees evt. ook verder op mijn site die vanuit dezelfde mindset de Bijbel tracht te lezen (door het aanklikken van mijn naam).
Logisch gezien kan niet gezegd worden:’de Torah was bij G’d, want dat veronderstelt dat Torah en G’d twee entiteiten zijn’ terwijl Torah G’ds gedachten zijn en G’d en G’ds kennis zijn EEN, en geen twee en zijn ondeelbaar. Het is een fundamentele fout om G’d te metastaseren. Wat bij mensen twee entiteiten zijn, wij zelf en onze gedachten is niet voor G’d van toepassing.
De Torah die wij ontvangen hebben op Sinai is aan ons volk gegeven en is onze opdracht. Torah is als het ware de ketoebah, de huwelijksacte tussen ons joden en G’d. Dat huwelijk is heilig en niet te ontbinden dan slechts van G’ds kant. Zolang daar geen bewijs voor is, (en die heb ik niet, u mogelijk wel ?) blijft die Torah een zaak tussen ons en G’d en kan en mag niemand tussenkomen.
Niet joden hebben op Sinai de opdracht gekregen om de 7 noachitische geboden te houden als minimum, om daarmee een rechtvaardige samenleving mee te kunnen opbouwen.
Wij joden houden Torah verplicht, nu actueel ongeveer 250 geboden.
De niet jood moet er minstens 7 houden en na die basis mag een heleboel vrijwillig. Er zijn een aantal geboden die beslist verboden voor niet joden om te doen. (Torah of mezoeza schrijven, tefilim = gebedsriemen, tsitsiet = schouwdraden, Sjabbat en Feestdagen houden zoals joden opgedragen zijn) Het huwelijk van G’d met ons maakt ons uniek en anders (uitverkoren) en mogen ons nooit vermengen met niet joden. Een eeuwig verbod.
Ik ga ervan uit dat u deze G’ddelijke instructie op Sinai onvoorwaardelijk aanvaard en zult gehoorzamen en niet u zelf een geestelijk joodse status meent te moeten geven c.q. aanmeten.
Dus, niet joden houden Torah maar dat moet wel goed verstaan worden: de Torah voor zover G’d het heeft verplicht voor niet joden.
Het is mij eerlijk gezegd een raadsel om een reeds afgedaalde Torah op Sinai opnieuw te laten plaatsvinden. Een mens is geen Torah, hij doet Torah. Omdat Jezus een jood was had hij net als ieder andere jood dezelfde plicht om Torah te doen.
Een niet jood blijft tot in lengte van dagen slechts verplicht aan de zeven grondregels van Noach.
Een niet jood die deze geboden doet omdat G’d ze Mozes, de grootste profeet en niemand zal hem ooit op dat nivo evenaren, gegeven heeft, deel hebben aan de toekomende wereld.
Het doel van de geboden/Torah houden is niet om iets voor later te ontvangen (dat duidt niet op liefde maar op egoisme) maar zijn een expressie van het liefhebben van G’d. Liefhebben is niet uit op ontvangen, maar op geven. Wij moeten G’d dienen, en G’d niet ons.
Ik ga niet in op uw site, omdat u chr. leringen en NT mengt met bepaalde brokstukken Torah, waardoor het een volledig christelijk verhaal blijft.
Mijn reactie is slechts dat u goed moet beseffen dat G’d niet joden zeven geboden heeft verplicht.
Als u dat te weinig vind, kunt u ook joods worden volgens de officiele weg. Dan bent u de Torah verplicht zoals nu geldt. Het is een moeilijke en zware weg en een leven met ook veel lijden. U kunt zich ook de 7, in deze tijd al erg moeilijke, geboden houden. De details van die 7 zijn reeds al zo moeilijk dat de kans bijzonder groot is dat u die al niet haalt.
Zowel ik als ons volk als G’d vragen u dringend niet aan diefstal te doen en u iets toe te eigenen wat het uwe niet is. Breek ook niet in in ons huwelijk. Ik weet ook niet of G’d daar zo blij mee is.
Sterkte met uw 7 erg moeilijke geboden en verheug u in G’ds dienst.
Mattitjahu
Eens met dhr. Mattitjahu dat de Joodse wet een verbond betreft tussen God en het volk Israël. In het Nieuwe Testament geven de Joodse apostelen heel duidelijk aan dat de heidenen zich niet aan de Joodse wet hoeven te houden. Geloof in het werk van Yeshua is voldoende.
Het gevolg is echter wel dat een gelovige gaat leven volgens de essentie van de wet: “Heb je naaste lief als jezelf en God boven alles”. Dat droeg Yeshua al zijn volgelingen op, Jood of geen Jood. En dan is het logisch dat bijvoorbeeld de 10 geboden ook tot uiting komen in het leven van een christen. Maar de Joodse rituelen: nee, dat is voorbehouden aan Gods geliefde volk Israël. Al geniet ik er enorm van om zo nu en dan een shabbat of Joods feest mee te vieren
mvg, Daniël
Shalom chaver’im,
De gesprekken en geschriften rondom ontstaan en functie van de verordeningen aan Noach, die de bijbelschrijvers niet zonder reden aan Matan en Kabbalat Thora op de Sinaï hebben laten voorafgaan, leiden steeds opnieuw tot een discussie rondom de individuele mens buiten het Jodendom. Ik zou hierop uitgebreid kunnen ingaan, want het is een interessante discussie die door Joodse rabbijnen in de oudheid is gestart. Op het moment dat ik in mijn Tanach onderzoek naar het evenwicht tussen Tora en natuurwetenschappen tot de overtuiging kwam van de juistheid van het proceskarakter van de schepping en dus ook van de mens – zonder daarbij in de problemen met Genesis te komen, ter geruststelling – werd ik daarin door nauwkeurige studie van de structuur van de bijbeltekst bevestigd en dat niet alleen: ik zag een nieuwe bestaanshorizon voor me: de Olam ha Ba – het totale transformatieproces naar de nieuwe werkelijkheid. In Psalm 139 lezen we dat G’d ons in de buik van onze moeder heeft geweven. Dat biologische proces is al zo verweesd geraakt van G’d dat wij besluiten een kind te maken of niet. Maar wat meer bijzonder licht werpt is het tweede moment van G’ds handelen: “Toen ik in het verborgene gemaakt werd, kunstig geweven in de schoot van de aarde, was mijn wezen voor u geen geheim”, 139, 15 (NBV). Het antropisch beginsel dat het evolutieproces onderkent en daar weer op een eigen wijze – religieus of niet – mee omgaat, maakt het aanvaardbaar dat de mens 200.000 jaar geleden in zuidelijk Afrika zijn eerste hominide vormen heeft gekregen.
Door de vergroting van de herseninhouden ontwikkelt zich de moderne mens. Er zijn vijf ontwikkelingsgangen op basis van deze herseninhouden aan te geven. Wetenschappers hanteren het zogenaamde “ark van Noach” model, waarmee men aangeeft dat steeds maar 1 tak van de menselijke ontwikkeling doorgaat en de andere uitsterven. De moderne mens, de homo sapiens heeft nog een tijdje naast de neandertalers in Israel geleefd, zoals blijkt uit opgravingen op o.a. de berg Karmel.
Opvallend is dat Noach in de zesde eeuw na de schepping leefde. Hij was de 6e mens. Hij overleefde omdat hij bekwaam was om te overleven in G’ds visie, doordat hij rechtvaardig was. De rest van de mensheid sterft uit. Met de Homo Noachidicus, zoals ik hem noem, treedt er een nieuwe fase in. De mensheid moet zich gaan ontwikkelen als een gemeenschap. De mensengemeenschap kan niet slechts handelen op basis van hun natuurlijke processen, krachten die hun gang met ons gaan, maar er moet een mensheid komen die de wereld samen bevolken naar G’ds Verordeningen. Er is door de bijbelschrijvers geen enkele verwijzing naar de persoonlijke levensheiliging van de noachidische mens. Het gaat om de samenleving. Vlak voor de roeping van Avraham Avinu was er niets anders meer dan een uitgewaaierde cultuur vol afgoden. De maangod was een van de belangrijkste.
Uit deze afgodendienaren kan niet de cultuur worden geboren zoals G’d die wil. Daarvoor zal het laatste menstype moeten komen: de homo sinaiticus. Deze mens gaat zijn “natuurlijke gang” afbreken door de Mitswot. Het Verbond van Horeb is het enige draagvlak voor de menselijke samenleving op weg naar de Tikkoen Olam en de mashiach. Horeb komt van ch-r-v, de stam van het werkwoord vernietigen. Het is de Tora, die de krachten van de evolutie die steeds opnieuw de fuik van de egocentrische afgodendienst open zet, zal vernietigen. Nu komt er een nieuwe mensheid die zich persoonlijk zal ontwikkelen naar de gelijkenis van de Eeuwige (ki-demoethenoe). De zevende mens, verenigt in het Joodse volk, op basis van het Verbond met Abraham dat voor iedereen open is, roept iedereen die zich door Tora laat aanspreken op tot het Verbond met Israel toe te treden.
Alleen Tora geeft leven! Het is een opmerkelijk feit dat president Busch Sr. de noachidische bepalingen heeft gemaakt tot basis voor de samenleving en dat bij wet heeft vastgelegd. In mijn optiek doet de volgorde van de 7 Noachidische Verordeningen zeer ter zake. Daar wordt willekeurig mee omgegaan. Het begint echter met verbod op afgoderij en eindigt met de rechtspraak. Waar de afgoderij niet wordt losgelaten kan ook niet de juiste rechtsorde ontstaan. Opmerkelijk is dat in het Brit haChadasja wordt geschreven in Handelingen dat men zich moet onthouden van “hetgeen aan de afgoden geofferd is”. De afgoderij zelf blijft ongenoemd. Hier wijken de meningen binnen de geleerden van ons volk. Maimonides zegt dat de christelijke theologie afgoderij is, anderen zijn milder gestemd.
Foei, dat was een hele hap. Meer dan ik even had willen zeggen. Sorry.
shalom ou-v’racha,
Gideon
Nog een kleine aanvulling. Israël moet in het Land een nieuwe cultuur stichten en geen nieuwe godsdienst, zoals meestal wordt veronderstelt. De eerste slag is de verwoesting van Jericho, de stad die al 9000 jaar v.g.j. de hoofdstad was van de Natuf-cultuur heeft in het Hebreeuws dezelfde stam als het Hebreeuws voor ‘maan’. Duidelijk dat de maancultus uit het Land moest verdwijnen en de cultuur van Israel op basis van Tora zich moest gaan vormen, zonder vermenging. Is het toevallig dat “de halve maan” nog steeds in het oosten wappert? Wie een studie maakt van de wortels van Islam zal zich niet verbazen. In mijn leergang Inleiding Tanach wijd ik daaraan de nodige aandacht.
Gideon
Merkwaardig dat een detail uit mijn korte studie wordt gehaald en daar een hele discussie over ontstaat, die totaal afwijkt van hetgeen ik hier probeer over te dragen.
Het lijkt erop dat mensen erg bezig zijn met theorievorming en schematisering, hetgeen JUIST de joodse verklaarders niet doen. In reactie op Zoutendijk wilde ik slechts zijn gebruik van Torah nuanceren met verwijzing naar de noach. geboden.
Het verschil tussen jood en niet jood blijft bestaan op grond van G’ds verkiezing. Dit particularisme wordt gewaarborgd in het klein blijven, en zodoende roepen we de mensheid NIET op om tot ons volk toe te treden, maar om door het minder aantal geboden, gescheiden van ons, zich te wijden aan de HELE wereld.
Gezien het feit dat de ontstane discussie geen relatie heeft met mijn studie zal ik verder commentaar over dit nieuwe vraagstuk achterwege laten.
Mattitjahu; ik geniet altijd erg van uw lezersbijdragen maar dit artikel kwam ik erg moeilijk doorheen. Boven mijn pet wellicht.
Onderstaande is nav de discussie hierboven;
Zoals u weet is er een trend bij veel Christenen om ‘de Tora te houden’ zoals die voor Joden bedoeld is.
Ze schrijven ‘G-D’, en Bessedder, sommigen houden shabbat en er zijn er zelfs die zich laten besnijden…
‘Joodje spelen’ noem ik het, ik vraag me altijd af of ze dat tijdens de jaren 40/45 ook gedaan hadden maar dat terzijde.
Ik noem het een soort ‘Vervangingsleer 2.0′; niet de gangbare vervangingsleer; ‘de Joden hebben als apart gezet volk afgedaan en zijn vervangen door de Kerk’ maar de nieuwe variant; dat ‘ook Christenen Joden zijn’ – en dat er dus geen onderscheid (verkiezing) meer zou zijn van het Joodse volk.
Enfin, mijn verzoek in deze off-topic reactie;
Wil je over dit onderwerp eens een weblog overschrijven? Het is mi een actueel en relevant onderwerp.
@Peter Pan: bedankt voor je reactie. Ik herken enorm uw gesignaleerd probleem en het is ook mij een doorn in het oog. Momenteel ben ik zeer druk met het studeren over Poerim om daar iets over te schrijven. Op http://www.noachieten.nl is bij tijd en wijle door mij hieraan reeds aandacht besteed. Ik zal op uw verzoek er ook eens op ons blog over schrijven specifiek. Het hele antwoord op dat probleem is de feitelijke erkenning van de noachitische regels als van G’d gegeven aan de niet joden door alle tijden heen, en is m.i. ook de overtuiging van de apostelen in Jerusalem, te lezen in Hd.15 en 21. Als jood heb ik diepe problemen met Paulus en zie ik in hem als het grote struikelblok, zelfs met de huidige poging om hem toch in onze traditie te plaatsen. Zijn herinterpretatie van Tenach en van jezus valt niet meer te rijmen met de joodse jezus. Al deze christelijke jodendoms-bewegingen negeren dit en blijven in hun hart zelfs niet eens paulinisch maar ook in grote lijnen volledig volgens het theologisch denken van de kerkvaders. Het gebruik van hebr. termen en namen en overname van sommige joodse zaken zijn eerder opwerpen van rookgordijnen, hypes, hoe authentiek gemotiveerd dan ook, om 2 tegenstellingen te mixen, die ten diepste onverenigbaar zijn. Het is naar ons gevoel Esau in Jakobskleren en stoot af in plaats van overbruggend.
Bedankt voor uw feedback en u zult er zeker met de tijd over lezen, op onze blog, of hier.
Ik verheug me in reacties, omdat daaruit blijkt dat mijn stukjes gelezen worden, omdat ik er dan op kan reageren en in de toekomst op kan anticiperen.
Het is wel met de tijd mijn bedoeling Gen.4, zeker tot de ‘verbanning van Kajin’ af te maken, met G’ds hulp.
Overigens, Peter Pan, u kunt uw vragen en onduidelijkheden hier kwijt of mijn email aanvragen bij de beheerders. Het is niet mijn bedoeling over de hoofden van mensen te schrijven.