fbpx

|BLOG| Een jaar avontuur gepropt in vier uur

Daar kwam ik dan, met het vliegtuig, het Israëlische luchtruim binnenvliegen. Tel Aviv is erg, erg mooi vanuit de lucht. Er was een lichte schemering (ik landde rond half 8) en alle straten waren mooi verlicht. Nu ging het dan toch echt beginnen.

Kort dacht ik nog bij mezelf: Waar ben ik aan begonnen? Helemaal alleen, in dat vliegtuig. ‘Ik krijg toch niet nu al heimwee?!’, dacht ik. Ik had alleen een adresje van een hostel en wat vage aanwijzingen. En al snel bleek dat niets volgens plan zou verlopen.

Niks te verbergen

Goed. Daar was ik dan, op de luchthaven. Welke kant moet ik op? Dat was nog redelijk simpel, gewoon met de menigte meelopen en de bordjes volgen. Het vliegveld ‘Ben Gurion’ in Tel Aviv zag er mooi uit, maar ik wilde wel snel naar mijn koffer zodat ik een hostel kon vinden voor de nacht, want het werd steeds later. Bij de paspoortcontrole werd ik apart gezet. De vrouw achter de balie was niet bepaald vriendelijk, ze gedroeg zich alsof ze 20 uur achter elkaar gewerkt had. Moe en ongeïnteresseerd. Ik probeerde duidelijk te krijgen waarom ik moest wachten, blijkbaar op security, maar ik werd weggewuifd met wat vage instructies zoals: just stand over there.

Toen moest ik dus mee naar de border security. Mij werd niets gevraagd. Twee Israëli’s overlegden met elkaar en uiteindelijk kreeg ik mijn paspoort terug.

Ik was niet nerveus, had niets te verbergen tenslotte, maar je maakt je toch wel zorgen. Straks hebben ze wat in mijn bagage gestopt ofzo en kun je dat niet goed verklaren omdat sommige mensen echt heel gebrekkig Engels spreken. Toen moest ik dus mee naar de border security. Mij werd niets gevraagd. Twee Israëli’s overlegden met elkaar en uiteindelijk kreeg ik mijn paspoort terug. De dag erna zou ik pas ontdekken dat het ging om een speciaal ‘volunteer visa’ wat toegekend moest worden voor het werk in de kibboets.

Goed plan

Dat had ik gelukkig achter de rug. En nu snel naar de bagageband! Want misschien was mijn koffer al weer weg door de vertraging die ik had opgelopen bij de paspoortcontrole. Gelukkig kwam mijn koffertje op de bagageband voorbij, precies op het moment dat ik aan kwam lopen. Mooi. En nu? Met de trein naar het centrum, volgens mijn omschrijving zou ik daarna bus nummer 70 moeten hebben en kwam ik aardig in de buurt van het hostel wat ik opgezocht had. Goed plan, vond ik. Het treinstation had ik zo gevonden. Ik vroeg het aan een ventje (jaar of 18) wat daar veel te stoer stond te zwaaien met een grote metalen zaklamp. Maar hij begreep mij niet. Ik kwam er zelf achter dat ik vijf meter van de ticketautomaat stond. Snel haalde ik een ticket, een man die daar werkte spoorde mij aan om haast te maken, de trein zou zo elk moment gaan vertrekken! Ik haastte mij de trein in.

Schrikken

Eenmaal in de trein dacht ik: jaaaa, zit ik wel in de juiste trein? En wanneer moet ik er dan uit? Alle aanduidingen waren in het Hebreeuws geschreven. Gelukkig werd er wel in het Engels omgeroepen. Ik moest eruit op Savidor – Arlozorov station. Dus Niels wachtte geduldig, totdat dat werd afgeroepen, maar het duurde en duurde maar. Ik kreeg wel argwaan, te laat kreeg ik argwaan. Om een lang verhaal kort te maken: ik ben een half uur te lang blijven zitten in de trein. Toen ik eenmaal doorhad dat ik compleet de verkeerde kant op ging schrok ik me kapot! Ik besloot om op het eerstvolgende station uit te stappen, een hostel of hotel te regelen en mijn terugreis de volgende ochtend beter te plannen dan de heenreis. Het was immers al 22:00 uur! Ik had echt geen zin meer om terug te gaan en misschien weer dezelfde vergissing maken.

Je kon het magazijn zien zitten, kogels en al, dat was vastgemaakt aan de kolf van het geweer. Gewoon 30 centimeter van mij af. Dat maakte wel indruk op mij.

Indruk

Om mijn verhaal kort te onderbreken – in de trein kwam ik voor het eerst in aanraking met de dienstplichtigen in Israël, oftewel: dikke geweren overal om je heen. Een meisje van ongeveer mijn leeftijd ging tegenover mij zitten, in olijfgroene overal, met op haar schouder gedragen; een volautomatisch geweer. Je kon het magazijn zien zitten, kogels en al, dat was vastgemaakt aan de kolf van het geweer. Gewoon 30 centimeter van mij af. Dat maakte wel indruk op mij. Toch geeft het je wel een gevoel van veiligheid. Van wat ik zag in Tel Aviv, waar je ook maar een groepje van vijf mensen bij elkaar ziet staan, op straat of wachtend op de bus, er is altijd wel iemand bij die een geweer draagt. Je weet dat wanneer er wat gebeurt, er direct op gereageerd kan worden.

Opgelucht

Oké, dat als kort uitstapje, ik was nog op dat station. Ik merk terwijl ik dat typ, dat ik in twee dagen zoveel beleefd heb, dat het never nooit in één blog past. Ik zal het dus beperken tot bepaalde ontmoetingen. Zoals bijvoorbeeld met de taxichaffeur op dat station. Geen toeristische hotspot, dus zijn Engels was niet gewoon slecht: het was er gewoon niet. Geen Engels. Zijn homies, de andere taxichauffeurs, deden het niet veel beter. ‘Hotel, cheap, hostel…’ Nee, ze begrepen het niet. Gelukkig, gelukkig kwamen er Israëli’s die ik ontmoet had in het vliegtuig langslopen. Zij hielpen de taxichauffeurs aan instructies om naar een hotel te rijden, ik was erg opgelucht. Zeventig sjekel zou het kosten, dat is ongeveer 14 euro: is te doen. Taxi’s zijn hier over het algemeen niet duur.

Het enige wat ik kende was toda rabba, hartelijk dank, en daar was het nog te vroeg voor, ik was immers nog niet op mijn bestemming, als ik daar ooit zou aankomen that is.

80 euro

De taxichauffeur die het slechtst het Engels beheersde werd door de anderen aangewezen als de persoon om mij te vervoeren. Je kon zien dat hij er niet zoveel zin in had. Het was een man van een jaar of 60, 70. Daar zit je dan, compleet afhankelijk van iemand die je niet kent. Er werd niet veel gepraat, oftewel, er werd niet gepraat. En dat was goed, twee mannen, naast elkaar, twee compleet verschillende werelden, verschillende culturen, niet gelijk in enkel opzicht… Geen communicatie. Dan merk je hoe belangrijk taal is. We hadden vast uren kunnen praten, dingen uitwisselen. Maar hij sprak alleen Hebreeuws, en ik alleen Engels. Het enige wat ik kende was toda rabba, hartelijk dank, en daar was het nog te vroeg voor, ik was immers nog niet op mijn bestemming, als ik daar ooit zou aankomen that is. Uiteindelijk kwam ik er wel. ‘Toda rabba’ werd gezegd, hij lachte lichtjes, eind goed, al goed. Ik betaalde 80 euro voor het hotel waar ik een heerlijk nachtje geslapen heb, inclusief een lekker ontbijtje.

Dit is een verhaal dat zich afgespeeld heeft in een tijdsbestek van… Vier uur! Inmiddels is er al veel meer gebeurd, maar dat zal ik binnenkort wel met terugwerkende kracht schrijven. Ik ben nu op de kibboets en het bevalt erg goed.

Spreek jullie snel!

Foto: Kobi Gideon/Flash90

Niels

Niels

Niels (23) koos ervoor om z'n baan op te zeggen en iets heel anders te gaan doen: in een kibboets in Israël aan de slag. Voor isreality.nl deelt hij z'n avonturen.
Leuk? Deel!
Share on facebook
Facebook
Share on whatsapp
WhatsApp
Share on email
Email